Waarom de OBM?

Samenwerken aan een goede motorische ontwikkeling van kinderen.
In groep 3 van elke Amsterdamse basisschool zitten gemiddeld 6 leerlingen die achterlopen in hun motorische ontwikkeling. Hierdoor kunnen zij minder goed meedoen tijdens de gymles, maar ook in de pauzes op het schoolplein en in hun vrije tijd bij de sportvereniging. Meedoen is voor kinderen essentieel en heeft effect op het zelfvertrouwen ten aanzien van bewegen tot en met de volwassenheid.

Het lectoraat Bewegen in en om school (BIOS) monitort sinds 2014 de motorische ontwikkeling van basisschoolleerlingen in Amsterdam. Uit onderzoek blijkt dat 15% van de basisschoolkinderen een motorische achterstand heeft, waarvan 9% een matige en 6% een ernstige achterstand. De Ondersteuningsroute Bewegen en Motoriek (OBM) is ontwikkeld om vroegtijdig kinderen met een motorische achterstand extra beweegaanbod en zorg te bieden en zo de achterstand om te buigen naar een leeftijdsconforme motorische ontwikkeling. Daarbij zijn verschillende professionals betrokken: de vakleerkracht bewegingsonderwijs, de groepsleerkracht, de intern begeleider, de jeugdarts/schoolverpleegkundige en de kinderfysio-, ergo- en oefentherapeut (hierna te noemen: kindtherapeut) en de sportmakelaar.
Als een kind op jonge leeftijd niet regelmatig, veel en gevarieerd beweegt, dan ontwikkelt de motoriek zich niet optimaal. Daardoor kan het zijn dat een kind niet goed mee kan doen, zal het minder succeservaringen beleven t.a.v. bewegen, waardoor het kind plezier in bewegen kwijtraakt en mogelijk helemaal afhaakt bij bewegingsactiviteiten.